creatie

‘Elk verhaal begint’ met Sophia Honggokoesoemo: “Sta stil bij je poëtica”

27 juli 2026

Elke auteur heeft een persoonlijke visie op literatuur en volgt bij het schrijven – bewust of onbewust – een set ongeschreven regels. Kinder- en jeugdauteur Sophia Honggokoesoemo daagde de deelnemers van ‘Elk verhaal begint’ tijdens een workshop uit om stil te staan bij hun poëtica. Het is immers dáár dat inclusie begint.

Het tweejarige groeitraject ‘Elk verhaal begint’ stoomt negen literaire makers klaar voor een professionele schrijfcarrière. Op 12 juni was de groep te gast bij Vonk & Zonen, het literaire productiehuis met een kantoor bij De Studio in Antwerpen. Pim Cornelussen, coördinator van Vonk & Zonen en dichter, gaf een rondleiding, waarna Sophia Honggokoesoemo het onderwerp van de dag aansneed: diversiteit en inclusie.

Als kinder- en jeugdauteur van Chinees-Indonesische herkomst wilde Honggokoesoemo het hebben over de vraag: “Kun je over iemand anders schrijven dan jezelf?” Ze legde titels uit haar persoonlijke boekenkast op tafel, zoals ‘Het moois dat we delen’van Ish Ait Hamou, een roman waarbij de schrijver zich in andere perspectieven inleeft. Er ontspon zich een gesprek over queer seksscènes – kunnen heteroseksuele auteurs die geloofwaardig brengen? En de deelnemers bogen zich over een uitgebreide vragenlijst die polste naar hun poëtica.

Focus op de schrijver, de lezer of de taal

Auteurs met een mimetische poëtica beschrijven de werkelijkheid zo waarheidsgetrouw en herkenbaar mogelijk. Schrijvers met een expressieve poëtica stellen hun beleving van de wereld of hun innerlijk centraal. Bij een pragmatische poëtica verschuift de klemtoon van de schrijver naar de lezer: welk effect of welke verandering kan literatuur teweegbrengen bij lezers en in de maatschappij? Een autonome poëtica, ten slotte, vindt dat literatuur draait om taal en vorm, en niet om de wereld, de schrijver of de lezer.

Sevdâ Söğütlü, een van de deelnemers binnen het genre podiumliteratuur, vond de oefening boeiend: “Via literatuur wil ik raken en geraakt worden, taal zorgt voor verbinding met andere mensen en mezelf. Ik denk dan wel maatschappelijk geëngageerd, maar in mijn schrijven ben ik heel intuïtief. De vragenlijst deed me nadenken over zaken waar ik niet vaak bij stil sta. Hoe sterk mag je je publiek uitdagen? Hoeveel vreemdheid verdragen ze voor ze afhaken? Ik werk momenteel aan een spokenwordvoorstelling met historische, Turkse muziekfragmenten gebracht op Anatolische snaarinstrumenten. Ik hoop dat de muziek de mensen gevoelsmatig meetrekt, ook wanneer ze stukjes tekst niet verstaan.”

“Krijg ik kansen door de kwaliteit van mijn werk of omdat organisaties diversiteit nastreven? Binnen ‘Elk verhaal begint’ reflecteren we over zulke thema’s en dat sterkt mij.” – podiumauteur Sevdâ Söğütlü

Welke stem vertegenwoordig ik?

Voor Sevdâ voelde de workshop rond diversiteit spot on, nog meer dan de sessies rond  research of inspiratie: “Als jong meisje schreef ik om helderheid in mijn hoofd te krijgen. Het was een therapeutische nood en iets persoonlijks. Maar nu ik met werk naar buiten kom en op het podium sta, vraag ik mij soms af: Welke stem vertegenwoordig ik? Ik ben een vrouw van kleur en een zichtbare moslima. Maakt dat mij tot rolmodel met de bijbehorende verplichtingen? Krijg ik kansen door de kwaliteit van mijn werk of omdat organisaties diversiteit nastreven? Binnen ‘Elk verhaal begint’ reflecteren we over zulke thema’s en dat sterkt mij. Hoe verschillend de deelnemers ook zijn, we worstelen allemaal met issues en onzekerheid.”

“Goede poëzie draait niet om bundels publiceren of prijzen winnen. Ik voel mij een goede podiumauteur wanneer het publiek bij mijn woorden iets voelt.” – podiumauteur Mel Asselmans

Positief neveneffect

Ook Mel Asselmans timmert aan de weg als spokenwordartiest: “Ik had er nooit eerder zo over nagedacht, maar volgens de test combineer ik een expressieve poëtica met een stukje pragmatisme,” zegt Mel. “Dat kan kloppen. Ik graaf graag diep in mezelf en wil mijn emoties delen. Maar ik vind het ook belangrijk om iets teweeg te brengen bij mijn publiek. Veel podiumauteurs zullen dat herkennen. Het lijkt me eigen aan ons genre.” Voor Mel had de oefening een positief neveneffect: “Voor wie schrijf ik? Wat wil ik bereiken? Met welk stukje van de werkelijkheid ben ik vertrouwd en welke visie vertolk ik? Dat zijn grote vragen, maar ze gaan wel recht de essentie. Ik wil plezier hebben als ik schrijf en zoveel mogelijk druk van me afgooien. Daarom is het goed om over diepe drijfveren na te denken. Goede poëzie draait niet om bundels publiceren of prijzen winnen. Ik voel mij een goede podiumauteur wanneer het publiek bij mijn woorden iets voelt.”

Op de hoogte blijven?

Wil jij meewerken aan een inclusievere boeken- en letterensector in Vlaanderen? Schrijf je dan nu in voor de nieuwsbrief en we houden je op de hoogte van alle kansen en projecten van Elk verhaal telt.