creatie

‘Elk verhaal begint’ met Soukaïna Bennani: “Schrijvers moeten het podium op”

7 september 2026

Pitchen bij een uitgever of een literaire programmator. Teksten insturen voor een wedstrijd of ter publicatie. Een podium opstappen en het woord nemen. Als professionele schrijver ontkom je er niet aan. De laatste workshop in het groeitraject ‘Elk verhaal begint’ stond dan ook in het teken van ‘met je werk naar buiten komen’.

Op 4 september kwamen de negen deelnemers aan ‘Elk verhaal begint’ samen op het kantoor van Literatuur Vlaanderen. Het tweejarige groeitraject voor literaire makers loopt stilaan ten einde. Tijd om de balans op te maken en vooruit te kijken. Xander Kindt, deelnemer proza, vertelt: “Ik had gehoopt om mijn roman af te ronden tijdens het traject. Dat is deels gelukt. Van het eerste deel schreef ik meerdere versies. Met deel twee ben ik nog even bezig.  Enerzijds besef ik hoe snel de tijd tikt, anderzijds heb ik bij ‘Elk verhaal begint’ ook geleerd dat het soms goed – of onvermijdelijk – is om te vertragen. Tijdens mijn opleiding aan het Antwerpse Conservatorium werd ik omringd door mensen met dezelfde ambitie: een leven opbouwen rond schrijven en theater maken. In dit groeitraject waren de deelnemers diverser. Ik was de jongste en vond het boeiend om te zien hoe je op elk moment in je leven de literatuur erin kunt puzzelen.”

Dat leven en werk verstrengeld zijn, beseft ook Siham Machkour, deelnemer podiumliteratuur:

Ik onthoud van de sessie door uitgever Julie Verhaert vooral het belang van timing. Ik zou mijn spoken word teksten ooit graag bundelen op papier, maar ben nu nog teveel op zoek. Voor ik begin te pitchen, moet ik sterker in mijn schoenen staan en goed weten wie ik ben, waar ik voor sta en wat ik met een uitgave wil realiseren. Het heeft geen zin om me te forceren terwijl ik me niet klaar voel. Ik vertrouw erop dat ik zal weten wanneer mijn moment er is.”

Veilige plekken, vluchtige momenten

Een boekuitgave is niet zaligmakend. Podiumdichter Soukaïna Bennani beklemtoonde op 4 september het belang van open podia (zoals ‘De sprekende ezels’ of de avonden in Café Boekowski), wedstrijden (zoals Poetry Slam) en festivals met aandacht voor beginnend talent (zoals Vers Vuur). Dat zijn veilige plekken om uit je comfortzone te komen en – letterlijk – voor het voetlicht te treden als schrijver of dichter.

Siham Machkour: “Traditionele dichters willen dat lezers hun werk rustig analyseren op papier. Als podiumliteratoren zijn we performers – we hebben onze lichaamstaal, onze klankeffecten, de eigen manier om een tekst te brengen. Ik vond het mooi hoe Bennani ons aanspoorde om die eigenheid nooit te verliezen, ook niet wanneer we proberen om een vluchtig optreden te vereeuwigen. Misschien moet spoken word niet gedrukt worden, maar kunnen filmpjes op YouTube ons werk bewaren? Het is goed om over die vertaalslag na te denken.”

De derde speler

Literaire tijdschriften zijn – naast uitgeverijen en organisatoren – een derde speler in ‘het veld’ aan wie starters hun werk kunnen aanbieden. Roel Van Der Schueren van Literatuur Vlaanderen gaf daar tijdens de workshop op 4/9 duiding bij. Xander Kindt publiceerde recent poëzie, zowel in het driemaandelijkse Deux ex Machina als het halfjaarlijkse Kluger Hans: “Dat gaf om twee redenen een goed gevoel. Ten eerste werk ik al zo lang aan mijn roman, dat het fijn was om te kunnen tonen dat ik daarnaast nog andere dingen doe. Bovendien zag ik mijn woorden voor het eerst gedrukt en in een doordachte vormgeving staan tussen teksten van auteurs die ik bewonder, zoals Angelo Tijssens en Bob Vandenbroeck. Gevoelsmatig betekende dat veel. Ik ben nog altijd trots wanneer ik het tijdschrift opensla.”

Kluger Hans organiseert bij de publicatie van elk nieuw nummer een event en Deus ex Machina was deze zomer aanwezig op Theater aan Zee, waar Xander ook veertien (!) keer zijn masterproef mocht brengen:

Ik hou van het podium – anders had ik geen woordkunst gestudeerd. De uitwisseling met het publiek voegt wat levendigheid en menselijk contact toe aan het schrijven. Ik weet dat het belangrijk is om zichtbaar te zijn en een netwerk uit te bouwen. Toch bleef het nazinderen, toen Soukaïna Bennani tijdens de workshop zo stellig zei: ‘Schrijvers moeten het podium op.’ Ik dacht aan mijn mentor proza, Caro Van Thuyne, die bewust geen interviews geeft en zich niet laat fotograferen. Die keuze om je als auteur op de achtergrond te plaatsen en je nederig op te stellen ten opzichte van je werk en onderwerpen, bewonder ik steeds meer. In de literatuur gelden geen algemene regels, verschillende poëtica’s en personae kunnen en mogen er naast elkaar bestaan.

Op de hoogte blijven?

Wil jij meewerken aan een inclusievere boeken- en letterensector in Vlaanderen? Schrijf je dan nu in voor de nieuwsbrief en we houden je op de hoogte van alle kansen en projecten van Elk verhaal telt.